- Home
- Biologische agentia
- Wetgeving
- Arbobesluit
Arbobesluit
In het arbobesluit, hoofdstuk 4, “Gevaarlijke stoffen en biologische agentia”, afdeling 9 zijn de bijzondere verplichtingen met betrekking tot biologische agentia uitgewerkt. Niet alle artikelen in hoofdstuk 4 zijn van toepassing op het werken in de gehandicaptenzorg.
In artikel 4.85 wordt de nadere risico-inventarisatie en –evaluatie beschreven. Verder worden regels gesteld aan het blootstellingsrisico (art. 4.87a), de hygiënische beschermingsmaatregelen (art. 4.89) en voorlichting en instructie (art. 4.102).
Arbobesluit Hoofdstuk 4, Afdeling 9 “Biologische agentia”
§ 2. Inventarisatie en evaluatie en gevolgen categorie-indeling
Artikel 4.85. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en evaluatie
1. Indien een werknemer wordt of kan worden blootgesteld aan een of meer specifiek bij zijn arbeid voorkomende of naar verwachting voorkomende biologische agentia, wordt, in het kader van de in artikel 5 van de wet bedoelde risico-inventarisatie en evaluatie, de aard, de mate en de duur van de blootstelling beoordeeld teneinde het gevaar voor de werknemer te bepalen. Deze beoordeling geschiedt met inachtneming van met name:
- de categorie of categorieën,waarin de biologische agentia waaraan werknemers kunnen worden blootgesteld, zijn ingedeeld;
- informatie over ziekten die werknemers kunnen oplopen of al hebben opgelopen als gevolg van blootstelling aan biologische agentia;
- mogelijke allergische of vergiftigingseffecten die de werknemers als gevolg van blootstelling aan biologische agentia ondervinden of kunnen ondervinden;
- de resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in artikel 4.91, alsmede de ziekten waarvan bekend is dat een werknemer hieraan lijdt en de medicijnen waarvan bekend is dat die door een werknemer worden gebruikt, een en ander in statistische, niet tot individuen herleidbare vorm;
- de door een daartoe bevoegde instantie verstrekte aanbevelingen om het biologische agens onder controle te houden teneinde de gezondheid van de werknemers te beschermen wanneer de werknemers ten gevolge van hun werk aan een dergelijk agens worden of kunnen worden blootgesteld.
2. Indien sprake is van verschillende biologische agentia, wordt de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd op het risico dat die biologische agentia in combinatie opleveren.
3.De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt regelmatig herzien, in ieder geval telkens wanneer er een wijziging plaatsvindt in de omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de blootstelling van werknemers aan biologische agentia.
Arbobesluit Hoofdstuk 4, Afdeling 9 “Biologische agentia”
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Artikel 4.87a Voorkomen of beperken van blootstelling
1. Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.85, blijkt dat er risico voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers bestaat en dat het in verband met de aard van de arbeid niet uitvoerbaar is om biologische agentia te vervangen door biologische agentia die niet gevaarlijk zijn, worden, voor zover dit technisch uitvoerbaar is, zodanige andere maatregelen genomen dat blootstelling van werknemers aan biologische agentia wordt voorkomen.
2. Voor zover de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, technisch niet uitvoerbaar zijn, wordt blootstelling van werknemers aan biologische agentia tot een zodanig laag niveau teruggebracht als voor een adequate bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers noodzakelijk is.
3. Ter uitvoering van het tweede lid worden ten minste de volgende maatregelen genomen:
- de kans op blootstelling wordt zoveel mogelijk beperkt;
- het aantal werknemers dat gevaar loopt aan een of meer biologische agentia te worden blootgesteld is niet groter dan voor het verrichten van de arbeid strikt noodzakelijk is;
- er worden collectieve beschermingsmaatregelen genomen en, wanneer dit geen of geen afdoende bescherming biedt, worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld;
- bij de arbeid wordt de grootst mogelijke ordelijkheid en zindelijkheid betracht om te voorkomen dan wel de kans te beperken dat een of meer biologische agentia buiten de arbeidsplaats terecht komen;
- biologische agentia worden zodanig bewaard en vervoerd en afvalstoffen worden op zodanige wijze verzameld, opgeslagen en verwijderd, zo nodig na passende behandeling en voorzien van een deugdelijk opschrift, dat de kans op blootstelling zoveel mogelijk wordt voorkomen alsmede wordt voorkomen dat zij in handen van onbevoegden kunnen geraken;
- indien noodzakelijk en technisch mogelijk wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid op de werkplek van biologische agentia buiten de eerste fysieke omhulling;
- op de arbeidsplaats is een doeltreffende schriftelijke werkinstructie voor de werknemers voorhanden, waarvan ten minste deel uitmaken de bij de arbeid in acht te nemen procedures, waaronder een regeling voor het veilig omgaan met en het vervoeren van biologische agentia binnen het bedrijf of de inrichting alsmede een doeltreffend noodplan voor het geval zich ongevallen of incidenten met biologische agentia voordoen.
Artikel 4.89. Hygiënische beschermingsmaatregelen
1. Op plaatsen waar gevaar bestaat voor blootstelling aan biologische agentia wordt niet gerookt noch wordt daar voedsel of drank genuttigd.
2. Werkkleding die voldoet aan afdeling 1 van hoofdstuk 8 wordt aan de werknemers ter beschikking gesteld en wordt bij de arbeid gedragen.
3. In aanvulling op artikel 3.23 zijn voor de werknemers doelmatige sanitaire voorzieningen beschikbaar met inbegrip van, voor zover noodzakelijk, douches, oogdouches en huidantiseptica.
4. Indien aan de werknemer persoonlijke beschermingsmiddelen worden verstrekt, worden deze op een daartoe aangewezen plaats bewaard en na ieder gebruik gereinigd en voor ieder gebruik gecontroleerd.
5. In aanvulling op artikel 3.22 worden de werkkleding en andere persoonlijke beschermingsmiddelen waarin of waarop zich biologische agentia bevinden of kunnen bevinden bij het verlaten van de arbeidsplaats uitgetrokken en op een andere plaats opgeborgen dan de overige kleding.
6. De werkkleding en andere persoonlijke beschermingsmiddelen, bedoeld in het vijfde lid, worden ontsmet, gereinigd of zo nodig vernietigd.
7. De werkkleding en andere persoonlijke beschermingsmiddelen, bedoeld in het vijfde lid, worden buiten het bedrijf of de inrichting gebracht in een daartoe geschikte en gesloten verpakking en uitsluitend met het doel deze te laten reinigen, ontsmetten of vernietigen.
§ 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde
Artikel 4.97. Gezondheidszorg en diergeneeskunde
1. In aanvulling op artikel 4.85 wordt bij de inventarisatie en evaluatie van gevaren, verbonden aan andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde, aandacht besteed aan:
- de onzekerheid omtrent de aanwezigheid van biologische agentia en de daaraan verbonden gevaren bij patiënten of dieren en in monsters of materiaal van patiënten of dieren;
- de aan de aard van het werk verbonden gevaren.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde arbeid worden ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers doeltreffende maatregelen genomen. Deze bestaan in ieder geval uit:
- het opstellen en bekend maken van ontsmettings- en desinfectieprocedures aan de betrokken werknemers;
- het opstellen en bekend maken van procedures voor een veilige omgang met en verwijdering van met biologische agentia besmet afvalmateriaal.
Artikel 4.98 . Beschermingsmaatregelen
In isolatieafdelingen met patiënten of dieren die besmet zijn of mogelijkerwijs besmet zijn met biologische agentia van categorie 3 of 4, worden passende beschermingsmaatregelen als bedoeld in bijlage V, kolom A, bij de richtlijn getroffen.
§ 9. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
Artikel 4.102. Voorlichting en onderricht
1. Aan werknemers die arbeid verrichten als bedoeld in artikel 4.86, eerste en tweede lid wordt, in aanvulling op artikel 8 van de wet, voorlichting en onderricht gegeven, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan:
- de mogelijke gevaren voor de gezondheid die zijn verbonden aan het werken met biologische agentia;
- de te treffen voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen;
- de te nemen actie in geval zich een ongeval voordoet met biologische agentia;
- de bestaande hygiënische voorschriften;
- het dragen en gebruiken van werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen.
2. De voorlichting en het onderricht worden geactualiseerd indien gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
In het arbobesluit artikel 4.84 lid 2 zijn de biologische agentia in risicocategorieën ingedeeld.
In de onderstaande tabel zijn de 4 categorieën beschreven.
Categorie |
Beschrijving |
Categorie 1 |
Biologische agentia waarvan het onwaarschijnlijk is dat het bij de mens ziekten kan veroorzaken. |
Categorie 2 |
Biologische agentia die bij de mens een ziekte kunnen veroorzaken en een gevaar voor de veiligheid en gezondheid van werknemers kunnen opleveren, maar waarvan het onwaarschijnlijk is dat het zich onder de bevolking verspreidt en waarvoor een effectieve profylaxe of behandeling bestaat. |
Categorie 3 |
Biologische agentia die bij de mens een ernstige ziekte kunnen veroorzaken en een groot gevaar voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers kunnen opleveren, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de bevolking verspreidt en waarvoor een effectieve profylaxe of behandeling bestaat. |
Categorie 4 |
Biologische agentia die bij de mens een ernstige ziekte veroorzaken en een groot gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers opleveren, waarvan het zeer waarschijnlijk is dat het zich onder de bevolking verspreidt en waarvoor geen effectieve profylaxe of behandeling bestaat. |
Risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E)
Bij het uitvoeren van de RIE binnen de gehandicaptenzorg wordt de risicobeoordeling met betrekking tot biologische agentia meegenomen. Om inzicht te krijgen in het blootstellingsrisico in de betreffende afdeling / instelling zal binnen de RI&E aandacht besteedt moeten worden aan biologische agentia waarbij rekening gehouden wordt met de taken van de verschillende doelgroepen binnen de instelling.
Instrumenten hiervoor zijn terug te vinden op de website www.riezorg.nl, www.zorgrie.nl en www.rivm.nl/cib van het landelijke coördinatiestructuur infectieziektebestrijding (LCI). De instrumenten zijn:
- Model Risico-inventarisatie en –evaluatie voor het beoordelen van bloedoverdraagbare aandoeningen.
- Leidraad Prikaccidenten.
- Leidraad hepatitis B vaccinatie.
Het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding (LOI) is ingesteld met de opdracht landelijke uniforme afspraken over de bestrijding van infectieziekten te realiseren. Het LOI bestaat uit provinciale vertegenwoordiging van GGD-professionals en vertegenwoordigers van de drie grote steden. Daarnaast nemen adviseurs van het CIb, GGD Nederland, IGZ, LCR, LOVI, MAE, NCvB en NVMM deel.
De LOI-Redactieraad stelt de prioriteiten op voor het opstellen van nieuwe of de herziening van bestaande richtlijnen en draaiboeken. Daarnaast adviseert de LOI-Redactieraad de LCI bij het vaststellen van procedures voor richtlijnontwikkeling.
