- Home
- Biologische agentia
- Biologische agentia
- Gezondheidseffecten
Gezondheidseffecten
De gezondheidseffecten van blootstelling aan biologische factoren kunnen globaal worden ingedeeld in de volgende categorieën:
- infectieziekten door de (levende) biologische agentia;
- toxische effecten, zowel door (levende) biologische agentia als door uitscheidingen stofwisselingsproducten van micro-organismen (exotoxines, endotoxines en mycotoxines);
- allergische effecten door dode bacterie- en schimmelresten en afgestorven cellen (huidschilfers en haren), door stoffen die door giftige planten worden afgescheiden en door pollen, zaden en andere allergieveroorzakende plantendelen, zoals meelstof;
- mutagene effecten; verandering in erfelijk eigenschappen (DNA)
- kanker, chronische infectie met Hepatitsvirus kan echter ook leiden tot actieve hepatitis B, tot levercirrose en tot primair levercelcarcinoom;
- effecten op de ongeboren vrucht tijdens de zwangerschap (teratogene effecten) leidend tot vruchtdood, aangeboren afwijkingen of vroeg-/doodgeboorte.
Zwangerschap en arbeid
Bij zwangere werknemers kan besmetting van Hepatitis B in het ergste geval leiden tot de besmetting van het ongeboren kind. Bij een Hepatitis A besmetting kan dit bij zwangere werknemers in het ergste geval leiden tot een abortus.
Zwangere werknemers hoeven geen speciale maatregelen te nemen ingeval van MRSA-dragerschap in hun omgeving. Bij borststuwing, tijdens bijvoorbeeld borstvoeding, lopen dragers wel meer kans op een mastitis (ontsteking van de borstklier) in het kraambed.
Andere negatieve effecten bij blootstelling aan biologische agentia, op zwangerschap en het ongeboren kind zijn, vermindering van de vruchtbaarheid en foetale schade. Het bewijs van de negatieve effecten is niet altijd overtuigend geleverd.
Er zijn waarschijnlijk nog meer onbekende infectieuze agentia die nadelige effecten kunnen hebben. Neem contact op met de preventiemedewerker en /of arbocoördinator. Voor informatie: www.kiza.nl.
Jeugd en arbeid
Jongere werknemers zijn in meerdere opzichten nog onvolgroeid. Zo is hun immuunsysteem nog niet volledig op peil en missen zij vaak nog de specifieke afweer tegen bepaalde organismen. Soms komt een extra gevoeligheid voor ontstekingen/infecties pas op de puberleeftijd tot uiting. Daarnaast hebben jongeren meer kans op het oplopen van kleine verwondingen, omdat de coördinatie van de spieren nog niet optimaal is en men veel werkzaamheden nog goed in de vingers moet krijgen. Als jongeren nog in de groei zijn, kan een ontsteking extra nadelige effecten hebben, omdat er groeiafwijkingen kunnen ontstaan. De wetgever vraagt daarom extra aandacht voor jongere werknemers. (bron www.kiza.nl)
Aandacht tijdens de opleiding voor hygiënisch werken, preventie van incidenten en voorlichting over beroepsgebonden infectieziekten is noodzakelijk om de kans op besmetting tijdens de stage en het werken in de gehandicaptenzorg te voorkomen. Het aanbieden van vaccinatie tegen hepatitis B aan leerlingen is een van de maatregelen om besmetting in de gehandicaptenzorg te voorkomen. Ook het navragen of de stagiaire of nieuwe medewerker gevaccineerd is door de instelling voordat met de werkzaamheden gestart is belangrijk. Hiermee kan rekening gehouden worden bij het plaatsen van stagiaires of nieuwe medewerkers. Binnen woonomgevingen en bij activiteiten waar het risico op een besmetting reëel aanwezig is, geen onbeschermde (gevaccineerde) stagiaires of nieuwe medewerkers plaatsen.
Het Kennisinformatiesysteem InfectieZiekten bij de Arbeid - kortweg KIZA - is een website, met daarop een verzameling van informatie specifiek over infectieziekten in relatie tot werk en werkomstandigheden. Daarmee verschilt het van de website van het RIVM en LCI.
