- Home
- Biologische agentia
- Voorzorgsmaatregelen
- Inrichting en hygiëne
Inrichting en hygiëne
Bij de inrichting van de huiskamer en de eigen slaapkamer worden keuzes gemaakt om de leefomgeving zoveel mogelijk op een woonkamer te laten lijken. Materiaalkeuze speelt bij het verspreiden van biologische agentia een niet te verwaarlozen rol. Parasieten zoals huismijt en neten kunnen gemakkelijk in een huiskamer met vloerbedekking of bedmatrassen etc. gedijen. Dit geldt ook voor bacteriën, virussen en schimmels.
De keuze voor gemakkelijk reinigbare vloeren, meubels, stoffering (gordijnen en kussens) en wanden ligt voor de hand.
Een vochtig schoonmaakdoekje op het aanrecht is op zich al een besmettingsbron van bacteriën en schimmels. Om te voorkomen dat er een explosieve groei van bacteriën en schimmels in de woonunit zal uitbreken, is het schoonmaken essentieel.
Een overweging van het toepassen van desinfectiemiddel en het juiste gebruik ervan (niet vernevelen) kan een goede maatregel zijn. Schoonmaken met alleen water en zeep zal de bacteriën over een groter oppervlak verspreiden. Het gebruik van een desinfectiemiddel is voor het doden van bacteriën noodzakelijk. Voor het reinigen van kleine oppervlakten wordt een oplossing met 70% alcohol gebruikt.
In de gehandicaptenzorg worden chloortabletten (250 – 1000 ppm) toegepast voor het desinfecteren van het interieur en grotere oppervlakten.
Voor het desinfecteren van “besmette” oppervlakken wordt de onderstaande standaard werkwijze gehanteerd. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in “oppervlakken besmet met bloed” en “oppervlakken die besmet zijn met ander lichaamsvocht”. (bron: www.rivm.nl)
