- Home
- Biologische agentia
- Biologische agentia
- Wat wordt er onder verstaan?
Wat wordt er onder verstaan?
Biologische agentia is een verzamelnaam voor micro-organismen. Hieronder vallen bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Biologische agentia kunnen schadelijk zijn voor de mens.
Het rijksinstituut voor volksgezondheid (RIVM) heeft op de website www.rivm.nl/cib een overzicht staan van de meest voorkomende infectieziekten. Deze zijn op naam (eerste letter) gerubriceerd. Een voorbeeld hiervan is MRSA, een brochure waarin de achtergrond over MRSA uitvoering beschreven staat.
In de gehandicaptenzorg kunnen medewerkers in contact komen met allerlei biologische agentia. Als gevolg daarvan kunnen zij infecties oplopen en ziek worden. Om te voorkomen dat medewerkers ziek worden door blootstelling aan deze ziekteverwekkers, dient de werkgever maatregelen te treffen.
Binnen de gehandicaptenzorg komen met name de volgende biologische agentia voor:
Hepatitis A
Wat is Hepatitis A en hoe wordt je besmet
Het Hepatitis A Virus (HAV) is een fecaal – oraal overdraagbare virusinfectie. Bij het verschonen van kleding of beddengoed en het wassen van cliënten, die drager zijn van het Hepatitis A virus, bestaat de kans op besmetting.
Hepatitis A kan men overal oplopen, maar met name reizigers die naar 'verre landen' reizen lopen risico. Daar waar de hygiëne en sanitaire voorzieningen te wensen overlaten bestaat een risico op hepatitis A infectie. Op de website van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (www.lcr.nl) staat per land aangegeven of hepatitis A vaccinatie wordt aangeraden.
Volwassenen lopen de besmetting meestal op via kinderen of tijdens een reis naar landen waar hepatitis A veel voorkomt: landen in het Middellandse Zeegebied en ontwikkelingslanden. De kans op besmetting is in deze landen veel groter dan in Nederland. In deze landen kunnen voedingsmiddelen een bron van besmetting zijn: bijvoorbeeld rauwe groenten, fruit, salades, omdat deze gewassen kunnen zijn in, of besproeid met water waarin het hepatitis A virus zit.
Riolen die uitkomen in zwemwater vormen niet alleen voor zwemmers een directe infectiebron, maar ook indirect voor schaal- en schelpdieren, bijvoorbeeld garnalen, oesters en mosselen, omdat deze zich voeden met organisch materiaal. Als dit besmette (zee)voedsel wordt gegeten kan men hepatitis A krijgen.
In Nederland is ongeveer 10% van de jong volwassenen ooit besmet geweest met het hepatitis A-virus. Daarna zijn zij levenslang beschermd tegen de ziekte en is vaccinatie niet nodig. Een doorgemaakte infectie kan met een positieve anti-HAV test aangetoond worden. Voor mensen die geen natuurlijke immuniteit hebben, kan bescherming tegen hepatitis A verkregen worden door vaccinatie. (bron www.kiza.nl)
Hoe kun je besmetting voorkomen
Strikte hygiënische maatregelen vormen de basis voor het voorkomen van een besmetting. Hierbij is het dragen van beschermende kleding, handschoenen en persoonlijke hygiëne (regelmatig handen wassen) belangrijk. Het is aan te bevelen dat men zich laat vaccineren als men op reis gaat naar gebieden waar hepatitis A veel voorkomt, omdat besmetting veelal heel ongemerkt kan gebeuren.
Hepatitis B
Wat is Hepatitis B en hoe wordt je besmet
Hepatitis B is een erkende beroepsziekte. Hepatitis B virus is een virale infectie door een hepatotroop DNA-virus waarbij met name de lever wordt geïnfecteerd, omdat hier het virus vermenigvuldigd wordt. Het hepatitis B-virus (HBV) wordt voornamelijk overgebracht via bloed-bloedcontact, via prikaccidenten, seksueel verkeer en 'verticaal' tijdens de geboorte van moeder op kind.
De incubatietijd varieert van zes weken tot zes maanden. Het merendeel (circa 90-95%) van de volwassenen die met HBV worden geïnfecteerd, slaagt erin de infectie te overwinnen. Het Hepatitis B virus veroorzaakt een leverinfectie waarbij ziekteverschijnselen zoals koorts, geelzucht, donkere urine, jeuk en spier- en gewrichtspijn optreden. In circa 5-10% van de gevallen gaat hepatitis B echter over in een chronische vorm, veelal bij patiënten die na een acute hepatitis B klinisch genezen lijken te zijn. Dergelijke patiënten worden symptoomloze dragers van HBV genoemd.
Het dragerschap van HBV verschilt wereldwijd, in sommige landen in Afrika en Azië ligt dit boven de 8%. In Nederland is het dragerschap van Hepatitis B ongeveer 0,5%. De kans op besmetting bij een prikaccident ligt tussen de 6 en 30%.
Hoe kun je besmetting voorkomen
Strikte hygiënische maatregelen vormen de basis voor het voorkomen van een besmetting. Hierbij is het dragen van beschermende kleding, handschoenen en persoonlijke hygiëne (regelmatig handen wassen) belangrijk. De behandeling van chronische hepatitis B is moeizaam, er is medicatie beschikbaar om de virusreplicatie te remmen, genezing is niet mogelijk.
Advies: Vaccinatie biedt tegen de blootstelling aan het hepatitis B virus de beste bescherming.
MRSA
Wat is MRSA en hoe wordt je besmet
De mens is een natuurlijk reservoir van Staphylococcus aureus (SA), 30% tot 40% van de gezonde volwassenen zijn dragers. Staphylococcus aureus (SA) kunnen worden aangetoond op de huid of de slijmvliezen (neusholte, keelholte, liezen, navel, oksels). De meest frequente manier van overdracht is huid op huid contact. Van bovenstaande groep gezonde volwassenen is 10 tot 20% geheel gekoloniseerd. Bij deze mensen zijn er geen tekenen van infectie (asymptomatisch), maar wel kunnen er bacteriën worden geïsoleerd van lichaamsplaatsen waar deze normaal gesproken niet voorkomen, zoals urine, speeksel en wondvocht.
Ten gevolge van overvloedig gebruik van antibiotica en onvoldoende hygiënische maatregelen is een steeds groter deel van de circulerende Staphylococcus aureus stammen resistent tegen verschillende soorten antibiotica geworden. Aanvankelijk leek de verspreiding van MRSA vooral binnen en vanuit het ziekenhuis plaats te vinden, maar meer en meer gebeurt de verspreiding ook tussen patiënten, vooral in verpleeg- en verzorgingstehuizen, en zijn er ook MRSA-stammen die buiten het ziekenhuis hun oorsprong vinden.
Het Nederlandse beleid van search and destroy is
succesvol gebleken. Het dragerschap van MRSA binnen medische instellingen is
een van de laagste in de wereld. Uit een surveillancestudie uit 2000 bleek
dat maar slechts 0,03% van de patiënten bij opname in een ziekenhuis MRSA positief
waren. (Staphylococcus aureus incl MRSA april
2009)
Hoe kan je besmetting voorkomen
Bij een MRSA besmetting zal dit in de praktijk betekenen dat de MRSA- drager behandeld moet worden in een separate behandelruimte en dat additionele maatregelen getroffen moeten worden om verspreiding te voorkomen. De MRSA- drager kan deelnemen aan activiteiten mits open wonden, drains en dergelijke goed afgedekt zijn. De lichamelijke verzorging wordt uitgevoerd door een klein, vast ervaren team en zal in een separate ruimte, cliënt gebonden, worden uitgevoerd. Persoonlijke hygiëne en het frequent schoonmaken en desinfecteren van de ruimte en materialen is hierbij zeer belangrijk. (bron: www.wip.nl)
