- Home
- Agressie & Geweld
- Risico's
- Dagboek
Dagboek
Als begeleider kom je soms voor situaties te staan waarop je niet altijd bent voorbereid. Toch moet je iets doen. Hoe lastig dat kan zijn en voor welke dilemma’s je daarbij geplaatst kunt worden, laten de volgende voorbeelden zien.
- Gefascineerd door wapens
- Kan mijn cliënt voor haar kind zorgen?
- Er ligt een pistool voor mij klaar
- Gefrustreerd door een 06-lijn.
- Complot theorie
- Cliënt is zijn huis uit gewerkt
- Cliënt met crimineel gedrag
- Cliënt grijpt naar de fles
- Onder invloed van de buurman
1. Gefascineerd door wapens
Mijn cliënt is gefascineerd door wapens en heeft een hele verzameling in zijn huis. De meeste wapens liggen uitgestald in een vitrinekast. Hij verzamelt ook attributen uit de Tweede Wereldoorlog en heeft een foto van Adolf Hitler aan de muur hangen. Het is een grote stoere man, die na een ongeluk een NAH heeft opgelopen.
Reactie van de ambulante woonbegeleider
Ik ben niet bang voor deze man. Wel heb ik duidelijke afspraken met hem gemaakt voor als hij boos of agressief wordt. Dat is ook een keer gebeurd. Ik ben toen gelijk opgestapt. Na een uur heb ik hem opgebeld en een nieuwe afspraak gemaakt. Moet ik dit wapenbezit nu melden bij de politie?
Reactie van de Regionale politie
Wapenbezit moet je altijd melden! In Nederland is in principe het bezit van alle vuurwapens verboden. Ook niet-vuurwapens zijn verboden, zoals diverse messen (bijvoorbeeld stiletto's), nepwapens, realistisch uitziende speelgoed- en luchtdrukwapens, stroomstootwapens, pepperspray en traangas. In enkele uitzonderingen is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk een vergunning te krijgen, bijvoorbeeld voor sommige antieke wapens. De cliënt riskeert een forse boete en gevangenisstraf. Als een burger kennis heeft van een strafbaar feit, is hij verplicht dit te melden.
Reactie van de orthopedagoog
Het weghalen van de verzameling zal een behoorlijke impact op de cliënt hebben. Ik vind het belangrijk om te overleggen met de contactpersoon bij de politie en met hem af te stemmen. Misschien is het mogelijk een vergunning voor verzamelaars aan te vragen? Tegelijkertijd moeten we dit probleem ook met de cliënt bespreken en samen een passend alternatief zoeken.
Discussiepunten / advies
Handel niet naar eigen inzicht, maar:
- Overleg met je leidinggevende.
- Volg de richtlijnen die de organisatie voor deze situaties heeft opgesteld.
- Als er (nog) geen richtlijnen zijn opgesteld, overleg je met team en zorgmanager. Zorg dat er overeenstemming is over de beslissing.
- Leg afspraken vast in het begeleidingsplan.
2. Kan mijn cliënt voor haar kind zorgen?
Mijn cliënt, woont zelfstandig en heeft een latrelatie. Ze heeft een Totaal Intelligentie Quotiënt (TIQ) van 82. Net als haar nieuwe vriend heeft ze een verleden in de agressieve hardcore scene. Daarnaast is er sprake van psychische problematiek, waarschijnlijk ADHD. Het psychediagnostisch onderzoek is nog niet afgerond. Uit een eerdere relatie heeft mijn cliënt een zoontje van zes. Na tussenkomst van het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en de Raad voor Kinderbescherming, is dit zoontje bij de moeder van mijn cliënt geplaatst. Cliënt werd opnieuw zwanger, nu van haar huidige vriend. In overleg met alle betrokken partijen, is besloten dat mijn cliënt opnieuw een kans krijgt en haar tweede kind zelf mag opvoeden. De voorwaarde is dat dit gebeurt onder intensieve gezinsbegeleiding.
Reactie van de begeleider
Tijdens een van de bezoeken
escaleerde het gedrag van mijn cliënt, waarschijnlijk door een combinatie
van factoren: ADHD, bevalling, nieuw huishouden, kind. Ze was het overzicht
totaal kwijt en raakte in paniek. Ze schreeuwde en rende door het huis.
Ik gaf mijn cliënt korte en bondige instructies en bleef die herhalen totdat
zij mijn instructies oppikte. Gelukkig
was tijdens dit incident de IGB aanwezig. Zij kon onmiddellijk de zorg voor
de baby op zich nemen en instanties waarschuwen.
Tijdens de intake gaf de MEE consulent al aan dat mijn cliënt gespannen was
en daardoor de hulpverlening ook buiten de deur kon zetten. We hebben te
weinig aandacht besteed aan de betekenis van deze opmerking!
Reactie van de Intensieve Gezinsbegeleider (IGB’er)
Gelukkig
was ik aanwezig tijdens het incident. Ik heb de cliënt aangesproken
op haar gedrag. Toen ik vertelde dat ik met haar voogd ging praten,
werd ze erg boos. Ik voelde me echter verantwoordelijk voor de veiligheid
van haar kind en had daarover grote zorgen. Daarom heb ik de moeder van de
cliënt gebeld. Zij
is direct gekomen en heeft de zorg voor de baby overgenomen. Vervolgens
heb ik de voogd gebeld. Echter, op mijn vraag wat er moest gebeuren,
ontstond er bij de voogd handelingsverlegenheid.
Er gebeurde niets. Daarom heb ik de gedragskundige ingeschakeld, die de
situatie heeft overgenomen.
Als ik op het incident terugkijk, heb ik verschillende leerpunten:
- Bij de intake was niet bekend dat de cliënt een verleden heeft in de hardcore scene. Op dit punt moeten we de intake evalueren en bij een volgende gelegenheid zorgvuldiger uitvoeren.
- Het escalatierisico was vooraf in te schatten, je kon erop wachten. Hieraan hebben we onvoldoende aandacht besteed.
Het is een algemene afspraak dat we bij problemen Bureau Jeugdzorg inschakelen. In de praktijk blijkt deze afstemming (niet altijd) goed te werken. Jeugdzorg is slecht bereikbaar en er is sprake van handelingsverlegenheid. Het is beter vooraf goede ‘wat als’ afspraken op te nemen in het begeleidingsplan. Dat geeft ons een duidelijk kader en zorgt ook voor duidelijkheid voor de cliënt
Reactie van de manager
Begeleidingstrajecten zoals bij deze cliënt zijn lastig. Ik heb drie zorgpunten.
- Deze casus vraagt de inzet van begeleiders die (enige) kennis en ervaring hebben met verslaving- en psychiatrische problematiek. Deze begeleiders heb ik maar mondjesmaat beschikbaar. Twee begeleiders volgen momenteel de post HBO opleiding intensieve ambulante gezinsbegeleiding. Medewerkers met adequate kennis en ervaring lopen minder risico’s.
- In het zorgnetwerk is veel afstemming nodig. Dat vraagt tijd en goede contacten. We zijn bezig ons netwerk verder op te bouwen. Het komt de veiligheid van mijn medewerkers ten goede als ze in lastige situaties snel advies kunnen inwinnen.
- We hebben te weinig alternatieven achter de hand. Wat doen we als bij de intake de capaciteiten van de moeder zijn overschat? Wat doen we als de begeleidingsdoelen niet gehaald worden? Wat doen we als de moeder zich niet aan de afspraken houdt? En wat doen we als de veiligheid van het kind bij de moeder niet langer is gegarandeerd? In die gevallen hebben we alternatieve scenario’s nodig. Bij deze casus hadden we misschien afspraken moeten maken met het RIBW, dan hadden we moeder en kind niet hoeven scheiden.
3.Er ligt een pistool voor mij klaar
Mijn cliënt werkt bij de sociale werkplaats. Hier gaat het niet goed met hem. Hij is al geruime tijd afwezig wegens ziekte. Tijdens mijn vakantie had hij onverwacht een gesprek met de consulent WSW. Eén van mijn collega’s kon dit gesprek bijwonen, maar daarvan maakte mijn cliënt geen gebruik. Tijdens het gesprek met de consulent WSW gaf hij aan dat hij voor mij, na mijn vakantie, een pistool had klaarliggen. Mijn cliënt staat bekend als ‘ vuurwapengevaarlijk’. Direct na mijn vakantie heeft de consulent WSW dit voorval gemeld. Hij zei er echter bij dat mijn cliënt niet mag weten dat hij dit verteld heeft. Immers, dat zou zijn werkrelatie met deze cliënt kunnen schaden.
Reactie van de ambulante woonbegeleider
Ik ben blij met de waarschuwing van de consulent. Maar ik vind ook dat hij mijn cliënt al tijdens het gesprek had moeten aanspreken op deze dreiging. Dit kan zo niet. Hij had mijn cliënt moeten vertellen dat hij de dreiging serieus nam en dit aan mij zou doorgeven.
Reactie van de regionale politie
Deze cliënt staat bij ons bekend als vuurwapengevaarlijk. In eerdere
situaties heeft hij ook al eens een wapen gebruikt om zijn dreiging
kracht bij te zetten. Hij bleek toen te beschikken over een gasdrukwapen
dat hij via via had gekocht. Het bezit van een dergelijk wapen is verboden.
Op grond van de wet wapens en munitie kan en mag de politie huiszoeking
doen. De wetgever neemt het bezit van wapens heel hoog op. De politie
heeft in dit geval dan ook erg veel bevoegdheden. Bij verdenking van
bezit van een illegaal wapen wordt in de meeste gevallen een inval
gedaan door een speciaal getraind rechercheteam.
Teammanager
De mogelijke bedreiging van mijn medewerker
door een cliënt met een wapen, die bekend staat als vuurwapengevaarlijk,
neem ik zeer serieus. Ik had dit graag eerder willen weten.
De afspraak binnen onze organisatie is duidelijk: “ Elke mogelijke dreiging
nemen we serieus. Daar wordt dus aangifte van gedaan bij de politie.”
Ik heb de Consulent WSW gebeld en aangegeven dat de veiligheid van mijn
medewerker hier voorop staat. En dat onze organisatie aangifte gaat doen
bij de politie. In deze situatie mogen wij privacy- en geheimhoudingsafspraken
negeren.
Punt van zorg en aandacht bij de aangifte is de te verwachten reactie
van de politie richting cliënt. Ik vraag me af wat in deze situatie
de voordelen zijn van een melding via “www.meldmisdaadanoniem.nl”
Het optreden van de Consulent WSW is niet acceptabel. Ook hij is bekend met de geschiedenis van deze cliënt. Ik snap zijn zorg, maar de afspraak is dat we elke dreiging serieus nemen. Die boodschap geven we altijd en overal af. Dus ook nu. De cliënt is hier eerder op aangesproken en weet dit ook.
4. Gefrustreerd door een 06-lijn
Mijn cliënt heeft een sms gestuurd naar de 06-lijn van een dame die zichzelf op televisie aanbiedt voor diensten op seksueel gebied. Hij heeft twee dagen zitten wachten op een reactie. Met veel frustratie en agressie tot gevolg.
Reactie van de ambulante woonbegeleider
Kort na dit voorval bezocht ik mijn cliënt. Ik had geen zicht op de situatie maar bij binnenkomst viel me wel direct op dat hij erg uit zijn gewone doen was. Hij reageerde behoorlijk geïrriteerd op bijna alles wat ik deed en was verbaal agressief. Gelukkig was de agressie niet direct op mij gericht.
Reactie van de leidinggevende
Soms stellen we vast dat een cliënt (nog)
onvoldoende zelfstandig is. Dat kan in de praktijk lastige situaties opleveren. Die situaties escaleren soms en dan heb je met agressie en geweld te doen. Van medewerkers wordt verwacht dat ze met dat
soort situaties om kunnen gaan. En als het echt spannend wordt moeten ze
hulp inschakelen.
Soms kunnen we de ambulante begeleiding intensiveren. Soms biedt
dat onvoldoende perspectief en moeten we een overplaatsing naar een andersoortige
woonvorm organiseren. We zijn om die reden bezig een meer gedifferentieerd
woonaanbod te ontwikkelen zodat we beter aan kunnen sluiten bij de mogelijkheden
van de cliënt.
Reactie van de gedragskundige
Er is voor deze cliënt een programma opgezet om zijn sociale zelfredzaamheid te vergroten. Dit soort incidenten kunnen gebeuren.
Discussie / advies
Medewerkers kunnen onverwacht met agressief gedrag geconfronteerd worden. Om die reden is het noodzakelijk dat:
- Medewerkers beschikken over goede communicatie en de-escalatievaardigheden
- Medewerkers zorgen dat “ op kantoor’ te allen tijde bekend is bij wie, waar en op welk moment zij bij cliënten op bezoek gaan.
- De organisatie beschikt over een achterwacht regeling waarbij:
- De achterwacht ten alle tijden bereikbaar is
- Dat de achterwacht ook direct beschikbaar is
- Dat vaste afspraken gelden voor de manier waarop de achterwacht kan worden ingeschakeld
- Dat de achterwacht kan voorzien in informatie en advies
- Kan zorgen voor extra inzet van collega’s
- Kan zorgen voor de inzet van de politie en ambulance
- Dat er afspraken zijn over de te realiseren opkomsttijd van hulp
- Dat de achterwacht beschikt over adressen van cliënten
- Dat er vaste afspraken zijn over de terminologie in geval de urgentie van een situatie moet worden aangegeven.
5. Complot theorie
Mijn cliënt is een man van 31 met NAH. Cliënt heeft het
afgelopen jaar onderzoeken naar passende arbeid gehad. Afgesproken is dat wanneer
hij privé meer dagstructuur heeft en zijn medicatie naar behoren inneemt het
traject verder vorm krijgt. Hoewel cliënt wel graag iets zou ondernemen (sporten,
cursus oid) komt hij er, ondanks ondersteuning hierin, niet aan toe ook
daadwerkelijk iets te gaan doen.
We zijn een half uurtje met de computer bezig, als het op een gegeven moment
te lang duurt reageert hij verbaal agressief. Uiteindelijk lukt wat hij wilde
en we gaan weer naar beneden. Op tafel ligt een folder van scooters. Omdat
cliënt 2 weken terug aangaf graag een nieuwe te willen vraag ik of hij het
er met zijn zus over gehad heeft (zij beheert zijn financiën). Hierop volgt
een preek over hoe slecht hij er financieel bij zit, dat dit de schuld is van
de staat want die hebben ervoor gezorgd dat hij kanker heeft gekregen, dat
zijn ouders zijn overleden, dat hij niet kan werken. Hij wil de staat aanklagen
hiervoor. Omdat dit in de overdracht ter sprake is geweest probeer ik vragen
te stellen over de aard van de aanklacht. Hierop volgt een complot theorie.
Door het roken van zijn moeder, de stralen van de tv, de weekmiddelen in wasmiddel
en shampoo heeft hij kanker gekregen zegt hij en de staat heeft altijd geweten
dat dit kankerverwekkend was en niets gedaan. Inmiddels krijg ik er nauwelijks
nog een woord tussen en wordt het complot groter en groter. (Amerika en 9-11
werden erbij gehaald, zelfs mijn beroep was corrupt. Als ik al een poging doe
om terug naar zijn eigen verhaal te gaan reageert hij fel. Uiteindelijk worden
er zelfs een aantal bedreigingen geuit: Hij heeft zin om met een machete naar
Den Haag te gaan en daar koppen te laten rollen om mee te voetballen, hij wil
met een neppistool richten op een politie agent zodat hij hem doodschiet, hij
zal bij het gemeentehuis gaan posten en een ambtenaar pakken of nog beter:
de kinderen van een ambtenaar. Koninginnendag was nog niks!
Reactie van de ambulante woonbegeleider
Wat in dit geval heeft geholpen is serieus op het verhaal reageren. Als ik vertrek is de cliënt gekalmeerd. Ik zet de aandachtspunten op een rijtje: zijn inactiviteit, zijn financiële positie en wens een scooter aan te schaffen, zijn frustratie en agressie problematiek en de complottheorie. Als eerste besluit ik even te overleggen met de verschillende betrokkenen. Ik overleg met de zus, met mijn collega met de huisarts en als laatste bel ik mijn leidinggevende. Ik schets de situatie en stel voor dat de zorgmanager een gesprek heeft met onze contactpersoon bij de politie om het standpunt van de politie in deze te horen.
Reactie van de politie
Het lijkt ons zinnig hier niet zonder verder meer aan voorbij te gaan en stellen voor dat contactpersoon van de instelling met contactpersoon van de politie de situatie analyseren. Gesprekspunten zijn: Is cliënt in staat om een dergelijke bedreiging in de praktijk uit te voeren? Hoe serieus moeten we dit nemen? Welke maatregelen neemt de instelling? Hoe wordt verdere escalatie dreiging gesignaleerd?
Discussie en advies
De organisatie dienst samenwerkingsafspraken te maken met de regionale politie, zodat in voorkomende gevallen overlegd kan worden met een contactpersoon bij de politie.
6. Cliënt is zijn (ons) huis uitgewerkt
Dat een cliënt de woning onderverhuurd ben ik vaker tegen gekomen. Dit keer werden zelfs de sloten verandert en kon ook de eigenlijke bewoner de woning niet meer binnen. De woning werd gehuurd van de woningbouwvereniging, maar onze organisatie treedt als huurder op en geeft de woningen in onderhuur aan haar cliënten.
Reactie van de ambulante begeleider
Onze organisatie is als huurder verantwoordelijk voor wat er met de woning gebeurd. Dus moeten we optreden. Maar welke mogelijkheden heb ik in deze situatie?
Reactie van de politie
De wijkagent heeft de mogelijkheid hier in op te treden. Wij stellen voor om eerst een overleg te organiseren tussen de verschillende betrokken partijen en een plan van aanpak te maken. De woning kan vervolgens ontruimd worden. Er moeten wel maatregelen worden genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen. (zie ook bijlage over huisvredebreuk)
Reactie van de manager
Ik vraag me af of we onze zaken op papier wel goed hebben geregeld. Ik ga eerst even praten met onze jurist.
7. Cliënt met crimineel gedrag
Eén jongere bleef zich ook tijdens het hulpverleningstraject crimineel gedragen. Zijn moeder nam vervolgens contact op met de begeleider om te vragen of deze bij de rechtbank de zaken niet een beetje positiever voor kon stellen, dan ze waren. De werker weigerde dit. De moeder van de jongen werd ontzettend kwaad op de medewerkster en begon tegen haar te schelden. Zij vond dat de medewerkster positiever moest zijn over het gedrag van haar zoon.
Reactie van de begeleider
De medewerkster heeft haar toen verteld dat de vrouw als moeder eigenlijk verantwoordelijk was voor het gedrag van haar zoon, maar dat zij als begeleidster bereid was om met haar samen te werken om verbeteringen te realiseren.
Reactie van de politie
In dit soort situaties is het zinvol de casus te bespreken met het zorgnetwerk of bijvoorbeeld het veiligheidshuis. Een gezamenlijke aanpak waarbij school, sociale werkplaats, wijkagent en eventuele andere partners betrokken worden.
8. Cliënt grijpt naar de fles
Mijn cliënt grijpt naar de fles wanneer hij gefrustreerd raakt, omdat er te hoge eisen aan hem gesteld worden. Onder invloed van de alcohol raakt hij seksueel ontremd, met alle vervelende gevolgen voor zijn medebewoners.
Reactie van de begeleider
Ik ben al enkele keren gebeld met de vraag om met spoed naar de woning te komen omdat mijn cliënt medebewoners lastig viel. Ik heb dan een indringend gesprek met mijn cliënt en weet de boel weer in het gareel te krijgen. Maar ik kan niet voorkomen dat hij morgen… overmorgen opnieuw naar de fles grijpt, en dan…. Drank is nu eenmaal makkelijk te verkrijgen.
Ik vind dit een erg lastige situatie. Hoe groot is de kans dan cliënt onder invloed van de drank zijn medebewoners werkelijk lastig gaat vallen, of… de wijk in gaat. En wat kan er in die laatste situatie gebeuren.
Ik heb het probleem met de gedragskundige besproken. Als een van de mogelijkheden wordt nu overwogen de cliënt naar een cursus omgaan met seksualiteit te sturen.
9. Onder invloed van de buurman
Harrie heeft contact met mensen die het niet allemaal het beste met hem voor hebben. Zo ook met M. een man die één etage hoger woont. M. is regelmatig bij Harrie in zijn appartement te vinden en neemt dan vaak “vrienden” mee. Soms zit het hele huis vol. Ik probeer op verschillende manieren zicht te krijgen op de invloed van M. en zijn vrienden. Harrie laat weinig los. Hij zegt dat zijn vrienden oké zijn. Op een dag wordt ik aangesproken door de buren van Harrie. Ze klagen over geluidsoverlast en er zou er onlangs een DVD speler weggehaald zijn (de buurman had zijn deur open laten staan). De buren zijn bang voor het bezoek van Harrie en vertrouwen inmiddels Harrie ook niet meer.
Reactie van de ambulante begeleider
Ik adviseer de buren
om de huismeester op de hoogte te brengen. Ik stel ook voor een gezamenlijk
overleg te organiseren met Harrie. Tijdens
dit gesprek zegt Henri niet af te weten van die diefstal. Hij beloofd
dat hij zijn bezoek zal vragen zich rustiger te gedragen.
Ik ga me zelf in de omgeving van dat appartementencomplex ook steeds
minder op mijn gemak voelen. Ik kom “de vrienden van Harrie” steeds vaker tegen.
Ze staan vaak in een groepje buiten te roken. Ik wordt op
een vreemde manier bekeken en gevolgd…..Soms wordt er een vervelende
opmerking gemaakt. Ik besluit de situatie tijdens het teamoverleg te
bespreken.
Reactie teamoverleg
Tijdens het teamoverleg maken we de volgende afspraken:
- Ik ga de situatie met de huismeester bespreken en vraag hem een oogje in het zeil te houden. Ik vraag hem om Harrie te wijzen op de consequenties als de overlast voort duurt. Ik vraag hem om ook een gesprekje met M. aan te gaan.
- Ik zorg dat de situatie wordt besproken in het buurtregiegroep.
- Ik ga vragen aan de wijkagent om ook een oogje in het zeil te houden.
Verder spreken we af dat ik steeds als ik bij Harrie op bezoek ga de dienstdoende collega bel en me na vertrek weer afmeld.
Reactie manager
We moeten voorkomen dat de situatie escaleert
en Harrie zijn huis uit moet, of erger. We hebben goede contacten met de
buurtregiegroep. Door hen vroegtijdig in te schakelen en een gezamenlijke
strategie in te zetten, verkleinen we de kans op escalatie.
Een gespreksonderwerp is momenteel nog de veiligheid van de ambulante
begeleider zelf. In het bijzonder de risico’s van werken buiten de gewone kantooruren.
Een risico daarbij is de confrontatie met meerdere personen, hanggroep jongeren
e.d. Aan de ene kant moet een medewerker ook in die situatie, of juist in die
situaties, voldoende weerbaar zijn. Aan de andere kant moet een medewerker
ook alarm kunnen slaan en er dan op kunnen rekenen dat ondersteuning snel ter
plekke is. Voorlopig hebben we drie afspraken. De medewerker zet de eigen veiligheid
altijd voorop en neemt geen risico’s. En als een medewerker zich onveilig voelt
is er de optie om niet alleen, maar met een collega op stap te gaan. Daarnaast
zijn we op zoek naar een training “veilig werken op straten en pleinen”.
